| De ongelofelijke avonturen van Marlou en Bernard in het land van Sinterklaas |
| Mei 2006 | |
![]() ![]() |
|
We hebben zelfs de krentenbollen moeten achterlaten omdat deze niet meer pasten. Eerst nog een verjaarsontbijt bij de moeder van Marlou, nog een snelle stop bij de vader van Marlou, en om een uur of 16:00 draaiden we eindelijk de Waterlinieweg op, richting het zuiden. Het voornemen was om in ieder geval op de verjaardag van Marlou te vertrekken, al was het maar om daarna in Nieuwegein in een hotelletje te duiken. We kwamen gelukkig iets verder, te weten in Orleans. Om een uur of 23:00 draaiden we van de snelweg af op zoek naar een Formule1. De eerste 3 hotels waren vol , maar bij de vierde lukte het, en konden we onze vermoeide botten te ruste leggen. De Volgende ochtend om een uur of 09:30 gingen we weer op pad, en na 700 relaxte snelwegkilometers (mas o menos) waren we om een uur of 17:00 aan de voet van de Pyreneeën, (fietsvrienden: vlak bij Lannemezan). Vanaf daar was het nog een kilometer of 80 naar onze eindbestemming. Over de laatste 80 kilometer deden we zeker nog eens 2 uur, waarvan één uur over de 16 kilometer over de toppen van de Pyreneeën. (Bosatlas: Baqueira Beret/ Port de la Bonaigua). Regelmatig moest ik terug naar de eerste versnelling. Op ongeveer 30 kilometer voor Sort wordt de weg wat vlakker en de bochten minder scherp. De weg loopt daar langs de rivier Noguera Pallaresa, de rivier die ook door het centrum van Sort loopt, en waar op geraft, gekanood en anderszins buitengespeeld wordt. Na een paar kleine dorpjes gepasseerd te hebben doemde dan eindelijk ons einddoel op: Sort.
Het appartement waar we konden logeren troffen we verlaten aan, maar we hoefden maar 3 terrassen langs voor we onze vrienden hadden gevonden. Iedereen hielp mee om de 3 kuub onmisbare spullen (mas o menos) die we hadden meegesleept uit te laden, en al snel zaten we enigszins vermoeid in onze nieuwe residentie met onze nieuwe huisgenoten. In plaats van de verwachte 3 huisgenoten waren er 5. Samen met nog een onofficiële huisgenoot, en zijn Amerikaanse gast, en nog 4 vrienden die bij het meubilair horen, was het al met al een gezellige boel. Wat hapjes en drankjes, en om een uur of 01:00 konden we eindelijk instorten.
De schoorsteen moet roken, Van
de lucht kun je niet leven, Er moet brood op de plank (en liefst met
beleg), en
meer van dit soort wijsheden. De staatsloterij weigert ook al keer op
keer om
mee te werken aan onze pensionering, kortom, onze spaarcentjes zullen
een keer opraken,
en dan zullen we toch iets anders moeten verzinnen. Niet voor een gat
te vangen
en niet al te zeer gehinderd door zin voor realiteit, hadden wij dan
ook al een
paar plannetjes verzonnen om ons hoofd boven water te houden. Een
aantal
plannen zijn wij al aan het testen op haalbaarheid en
levensvatbaarheid, en wij
willen onze ervaringen graag met jullie delen (op- en aanmerkingen
welkom):
Men kope een dorp, men knappe alle vastgoed op, men stelle een burgemeester aan, men laat allemaal betalende gasten komen, men bekijke het vastgoed in waarde verdriedubbelen, men verkope het dorp, en men gaat rentenieren.
Klinkt een
beetje vergezocht, en
een beetje naïef, maar feit is dat er hier in de buurt een
aantal dorpen zijn
die leegstaan. Als je met een aantal partijen complementaire bedrijfjes
zou
beginnen in dat dorp, met een toeristische inslag, en je weet het
geheel aardig
in de markt te zetten…. Denk hierbij aan een hotel, een
hostel, een plek waar
gestreste managers kunnen team-builden en nader tot de manager in zich
zelf
kunnen komen, een plek waar gehandicapten een actieve vakantie kunnen
vieren,
een aantal huisjes voor gezinnen met kinderen etc. etc. Vanuit de
dorpjes in de
buurt komen dan ook de bakkers, slagers en supermarktjes, en voor je
het weet
gaat je vastgoed drie keer over de kop. Enfin. Op loopafstand van Sort
zou een
dorpje zijn dat leegstond. Vanaf de brug kon je de elektriciteitspalen
zien
lopen die naar het dorp leidden, en er zou ook een redelijke weg naar
toe zijn.
Dus op een enigszins bewolkte dag gingen wij op pad met Juane en zijn
Amerikaanse gast Janine.
Juane was er al eens geweest, en wist de weg. Hij wist ons ook te vertellen dat er aan de andere kant van de berg een redelijke weg liep naar het dorp. Het weggetje waarop we liepen ging redelijk omhoog, en langs een aantal boerderijtjes met koeien en paarden en …. Ezels. Daarover later meer. Het weggetje werd steeds smaller en steiler tot het niet meer was dan een paadje. Door de verse begroeiing werd het ook steeds moeilijker om het weggetje te volgen. Na een kleine stop namen Juane en Janine een “afkorting”, terwijl wij het paadje bleven volgen. Om weer bij de anderen te komen weken wij ook van het pad af, omdat Juane riep dat hij een betere weg had gevonden. Al snel wou ik dat ik mijn machete had meegenomen. Toen we echt het spoor bijster waren nam Marlou het voortouw, en na wat sluip door, kruip door, liepen we weer op iets wat de naam pad mocht dragen. Toen wij Juane aanspraken op zijn kwaliteit als gids zei hij alleen maar “Mas aventura” (mijn weg was leuker) een Zuid-Amerikaans trekje. We liepen nog een half uur steil omhoog over een smal paadje, afwisselend door bos en struiken en kale vlaktes vol met stenen, en een bij tijd en wijle prachtig uitzicht op Sort en de rivier beneden ons. Aan het eind van een stuk bos boog het pad af naar rechts, en daar zag ik de eerste gebouwen van “ons” dorp. Een kerkje stak boven alle gebouwtjes uit.
Wit geverfd zag het er nog in redelijke staat uit, iets wat niet gezegd kon worden van de rest van de gebouwen. Het dorp was een behoorlijke bouwval, en ik ben redelijk goed in understatements. Er was op het kerkje na geen huis meer met een dak, het merendeel van de muren was ingestort, en alles was overwoekerd.
Een van de plannen om snel (?) rijk te worden is een hostel/lodge beginnen. Je kunt ook rijk worden op niet materiele manier zullen we maar zeggen. Maar goed, een bestaan ermee opbouwen is niet compleet ondenkbaar. Per inwoner van Sort zijn er ongeveer 2 makelaars, en er zijn hier meer Finques (makelaardijen) dan kroegen, en dat wil wat zeggen. De prijzen van een appartement in Sort liggen rond de € 180.000,-. Daar koop je wel een mooi uitzicht voor, maar verder niet heel veel. Toch konden we het niet nalaten om bij elke makelaar in de etalage te kijken. Je weet maar nooit. Alleen konden we na de eerste etalage eigenlijk wel stoppen want daar hing ons huis/hostel. Een opknapper, landelijk gelegen, met een hectare grond erbij. Dat zal wel wat kosten. Even binnen gevraagd, en ja hoor, ze wilden er nog 50 miljoen voor hebben. Dat zijn een hoop nullen, wel een paar teveel dacht ik, en mijn nog niet zo aan Spaans gewende hersens kraakten al om te bedenken of ik het niet verkeerd had verstaan. De prijs in euro’s (in plaats van pesetas) was al wat reëler, sterker nog, daar schrok ik niet zo heel erg van: € 300.000,-. Daar koop je in Utrecht niet eens zo heel veel huis voor, laat staan met grond erbij. Er zou nog wel wat bijkomen om het allemaal op te knappen en in te richten, maar 300.000 was ook maar de eerste vraagprijs. Eenmaal thuis kregen we het huis niet meer uit ons hoofd. Die avond zouden we naar een feest in Tremp gaan, een stadje verderop. Op de weg daarheen kwamen langs het dorpje Bresca, waar het huis lag. We hadden geen adres, maar het zou op twee kilometer vanaf de grote weg liggen. Via een steile weg kronkelden we omhoog, met bij tijd en wijle een gapende afgrond naast de niet zo brede weg. Niet een weg waar ik in de winter graag zou rijden zonder 4-wiel aandrijving. Na een kilometer of 3 eindigde de weg, en kwamen we aan in Bresca. We Parkeerden op een gecombineerde parkeerplaats/stort. Het dorpje bestond uit een huisje of 15. Vanaf de parkeerplaats liep een onverharde weg. Deze hebben we even te voet verkend, maar een enorme stortbui noopte ons om naar de auto terug te keren. Waarschijnlijk zaten we toch verkeerd, want we waren al veel meer dan twee kilometer van de grote weg. We besloten terug te gaan, en later een keer aan de makelaar een betere routebeschrijving te vragen. Toen Marlou met Richard de dag erna weer langs de makelaar liep, ging ze even naar binnen. Van Nico, de Makelaar, moesten ze meteen gaan zitten. Hij moest even wennen aan het idee dat hij met Marlou zaken moest doen, maar hij beantwoorde een paar vragen en zei vooral dat we eerst maar eens moesten gaan kijken voordat we verder zouden praten. Zo gezegd zo gedaan, op een zonnige dag zijn we op de fiets gestapt om de 15 kilometer naar het huis te fietsen. Een glooiende weg, stroomafwaarts langs de rivier. Na 12 kilometer fietsten we door Gerri de la Sal, een pittoresk dorpje, met een middeleeuws klooster. Ook kon je mooi zien waar de naam de la Sal vandaan kwam. Langs de rivier kon je nog de oude goeten en verdampingsbakken van de oude zoutwin installatie zien. Een kilometer na Gerri moesten we over de brug, en dan meteen naar rechts een onverharde weg op. Vorige keer zijn we rechtdoor gereden naar het dorp Bresca zelf. De weg glooide een beetje, maar niets om van te schrikken, en in de winter is de weg waarschijnlijk goed te begaan. Voor een klein stroompje dat uitmond in de rivier gingen we naar rechts. We hebben we de fietsen daar even aan een boom gebonden. Na 500 meter zagen we op een veldje naast de weg een paar koeien, en in de verte sloeg een hond aan. Het bleken twee honden te zijn die in de berm waren vastgebonden vlak voor een beekje waar we doorheen moesten waden. Daar moesten we de hoek om en zagen we meer koeien en………..
Onze eerste dag in Sort, in Spanje, in de bergen! We zijn geen toeristen, want we gaan hier wonen, maar het voelt toch wel een beetje zo. We hebben een kamer van pak ‘m beet tien vierkante meter, compleet met een inbouwkast en een tweepersoonsbed. Het bed loopt schuin af naar beneden (dit komt waarschijnlijk omdat het hele appartement schuin afloopt, we zijn tenslotte in de Pyreneeën!) en het hangt behoorlijk door naar het midden. Enigszins geradbraakt werden wij dus wakker na onze eerste nacht. De verhalen over smerig en vies vielen behoorlijk mee, de jongens hadden erg hun best gedaan, en de badkamer gewit, alles met chloor ontsmet, en er was zelfs een poetsschema gemaakt. Iedere dag heeft er iemand de “toq” (beurt) en moet diegene de hele dag alles achter iedereen aan opruimen en afwassen en vegen en zo. De rest van de week hoef je dan verder niets. Wij hadden waarschijnlijk iets anders verzonnen, maar het is véééél beter dan niets, en véél beter dan de verhalen deden vermoeden. Nog een beetje vermoeid zat ik achter mijn kopje koffie te luisteren naar mijn tweede les Spaans. De lesmethode die ik volg heet: “meteen in het diepe met een blok beton aan je been”. De methode gaat als volgt: je gaat in Spanje wonen in een huis vol Chilenen, en Spaans/Catalaanse gasten, en iedere avond luister je, met een paar biertjes op, op de bank naar een aantal Spaanse / Catalaanse / Chileense gesprekken door elkaar heen, en doorspekt met “slang”. Uiteraard met harde muziek en de TV op de achtergrond. De gespreksonderwerpen zijn dusdanig gekozen dat je het geleerde meteen in conversaties in de praktijk kan brengen. Als het tenminste over jongens, meisjes, jongens en meisjes, drank, drugs, of raften gaat. Ook schelden en vloeken kan ik al als de beste. Gelukkig heb ik mijn persoonlijke tolk bij om een en ander te vertalen.
Zoals ik al schreef hebben we de beschikking over een kamer van ongeveer 10 vierkante meter, wat niet veel groter is dan het laadoppervlak van de Mercedes. De foto’s van de volle Mercedes staan hier ook ergens op de site, dus jullie weten hoeveel spullen we bij ons hebben. Aangezien er in de inbouwkast maar anderhalve plank zit, zou het fijn zijn als we de beschikking zouden hebben over wat meer bergruimte. Ook een tafeltje en wat stoelen zouden welkom zijn. Onze grote vriend Richard wist raad. We gaan naar de Stort van Sort!
De
Stort van Sort ligt strikt
genomen niet in Sort, maar een paar dorpjes verderop. Na een
kwartiertje
verharde weg, en 5 minuten zandpad kwamen we aan bij een terreintje
waar
inderdaad een hoop troep lag. Ook stond er een port-a-cabin met daarin
een
mannetje met een officieel uitziend hesje aan. Aangezien wij zijn
entertainment
waren van die dag, en ook wel omdat dat hier meer gebruikelijk is dan
in het
jachtige, zakelijke Nederland, werd er eerst een stijf kwartiertje over
koetjes, kalfjes, en groene Duitse limousines gekwebbeld. Daarna volgde
een
rondleiding. De stort is een terreintje van een meter of honderd in het
vierkant. In een hoek naast het loodsje, onder een afdak lagen allerlei
kleding
en speelgoed. In het midden van het terrein was een grote hoop met
allerlei
troep, zoals (delen van) bedden, tafels stoelen en banken en daartussen
allerlei andere troep. Daarvoor stond een verzameling witgoed. Aan de
zijkant
stonden een aantal stapelbedden. Tot zijn grote spijt moest het
mannetje ons
meedelen dat de gele allemaal op waren. Die waren een tijdje geleden
allemaal
opgehaald. Er waren dus geen gele meer. Toch jammer. Geel is best een
mooie
kleur. Maar die waren er dus niet meer. Gele bedoel ik. Die waren
laatst
opgehaald. Hij had dus alleen nog deze. Maar die waren niet geel. We
besloten
ondanks dat het geen gele was, er toch een mee te nemen. Drie van de
Chilenen
delen een kamer, en met een stapelbed zouden ze veel meer ruimte
hebben. Aan de
andere kant van het terrein lagen een aantal stoelen en tafels die ooit
als
design te bestempelen waren. Dit bleek de totale inboedel van de
bioscoop van
Esterri d’Aneu (een plaatsje verderop) te zijn. Ons oog viel
op twee ronde
tafeltjes, evenzoveel stoelen, en drie blauwe bakjes. De laatste konden
we in
de kast ophangen om meer aflegruimte te creëren. Gevraagd naar
de schade zei
het mannetje dat we alles zo mee mochten nemen. Alleen voor het
werkende
witgoed was een vastgestelde prijs (iets van € 2,50 tot 10
kilo en € 5,- voor
alles daarboven). Het bed schoven we over de achterbank schuin naar
boven, de
tafeltjes via de zijdeur ernaast, met de pootjes aan weerszijden van
het bed,
de stoelen en de kratjes achterin, Richard naast het bed op de
achterbank, en
terug naar huis om alles in te richten. Thuis werden we opgewacht door
onze
vrienden, de Mossos d’Esquadra, die alsnog de rekening van de
meubeltjes
presenteerden. De Mossos zijn allemaal jonge, kortgeknipte mannen (dit
in
tegenstelling tot de rest van de Spaanse jeugd) die in hun auto van de
zaak
(compleet met zwaailicht) en gekleed in een kek uniform de Spaanse
wegen en
dorpen veiliger maken. Ze nemen hun taak behoorlijk serieus, en zijn
derhalve
alom geliefd. (not) Ze begroetten mij met een vrolijk
“Papelles y Tarjeta de
credito!” (papieren en creditcard!). Ik besloot dat het geen
goed idee was om
mijn pasgeleerde Spaans in de praktijk te brengen. (zie boven). Onze
vrienden
waren ook een beetje verhit, omdat ze volgens mij dachten dat we ze
probeerden
te ontvluchten. Ze reden al een tijdje achter ons, maar zonder te
knipperen of
zwaailicht of zo, en wat moest een buitenlander in een klein achteraf
steegje
in Sort. Toen eenmaal duidelijk was dat we aan de achterkant van onze
residentie waren om onze nieuwe meubeltjes via het raam naar binnen te
tillen
koelden ze iets af, en kregen we zowaar te horen waar we precies een
waarschuwing van € 60,- voor kregen. (en dan mochten we nog
blij zijn). Ze
vonden dat de auto niet veilig was beladen, omdat bij een botsing van
achteren
het bed naar voren zou schieten, en de voorpassagier kon verwonden.
Mijn Spaans
en hun gemoedstoestand waren niet dusdanig dat ik hun verhaal zou
kunnen
weerleggen, dus accepteerde ik gelaten de rekening voor de meubeltjes.
En dan
was het nog niet eens een geel stapelbed. You can’t have it
all.