| Marlou en Bernard hebben een hondeleven |
| Februari 2007 | |
![]() ![]() |
|
Marlou is van boven de grote riolen, en is dus niet echt bekend met het fenomeen Carnaval. Ik heb in het zuiden des lands wel het een en ander gezien en meegemaakt qua Carnaval. Hier scheen het aardig te leven en we waren allebei erg benieuwd. Het grootste probleem van Carnaval is en blijft het kostuum. Even leek het erop dat we met een groep vrienden als kippen en hanen zouden gaan, maar het maken van leuke kostuums bleek vrij bewerkelijk en het idee werd niet echt doorgezet. Door de Marató was ik lekker ingelopen op de stelten en het leek ons wel leuk om daar iets mee te doen. We hebben echter maar een paar stelten hier, en dus bleef de vraag hoe de ander zich dan zou moeten verkleden. Marlou had de oplossing. Van ballonnen maakte ze een hondenkop, een staart en een halsband. Ik was op de stelten het baasje die zijn hondje uit ging laten. Als toefjes op de taart werden er ook ballonnendrollen gemaakt.
Wij wisten niet echt wat de bedoeling was, in het programmaboekje stond voor zaterdag niet veel vermeld, maar toen we op straat een flinke herrie hoorden en allerlei verklede mensen zagen lopen besloten we onze neus ook maar eens uit de deur te steken. Vanaf het moment dat we de straat opliepen hadden we de volle aandacht. Waar ik normaal al een kopje boven de menigte uitsteek, torende ik nu helemaal boven iedereen uit. Marlou is hier ook niet de kleinste, en haar hondenkop stak ook behoorlijk uit. Het ge-oooh en ge-aaah en mira (kijk daar) en muy bien (goed gedaan) was niet van de lucht. We hebben een rondje door het dorp gemaakt, en hebben ons in het kindercafé van Ceci uitgebreid laten bewonderen, en hebben nog een biertje gedronken op straat.
De volgende dag was om een uur of zes het “bal de disfrase”, het gekostumeerde bal, in de Roc-Dur, de plaatselijke disco. Wij hadden er zin in en in vol ornaat togen wij naar de Roc-Dur, die even buiten Sort ligt. Na een stevige wandeling op mijn stelten, waarbij de hondenkop van Marlou steeds dreigde af te waaien, kwamen wij enigszins vermoeid aan bij een dichte disco. Na enig getwijfel en gezoek bleek de achteringang open te zijn. Het feest was in een bovenzaal. Een trap opklimmen op stelten kon er ook nog wel bij, en na zes euro per persoon (!) te hebben betaald kon de pret beginnen. We hadden ons iets beter moeten informeren. Het was een bal voor de oudjes, die, toen we binnenkwamen, zich allemaal omdraaiden en ons aankeken of we buitenaardse wezens waren. Er kon geen lachje vanaf. Op een groot scherm achter in de zaal werd een gezellige voetbalwedstrijd geprojecteerd, en iedereen danste in paartjes een beetje door de zaal. De kostuums waren op een enkele uitzondering na niet veel soeps, het bier kostte maar liefst drie euro en we hadden het vrij snel gezien. Toen we op het punt stonden om weg te gaan werd echter aangekondigd dat de prijs voor het beste kostuum werd uitgereikt. We hadden wel enige hoop om die prijs in de wacht te slepen, gezien de rest van de kostuums en we zochten snel een paar van de weinige jongelui op die aanwezig waren. Die boden aan om te vertalen, zodat we tenminste wisten wanneer we naar voren moesten om de ongetwijfeld fraaie prijs in ontvangst te nemen. Enigszins teleurstellend bleek dat de winnaar getrokken werd uit de hoge hoed, en er dus geen sprake was van een jury of wat dan ook. We wonnen dus ook niets. Het feit dat de prijzen behoorlijk oubollige waren verzachtte onze pijn behoorlijk, en we hebben snel het pand verlaten. Later verklaarde al onze vrienden ons voor gek dat we naar dat bal waren gegaan. “dat is een bal voor abuelos” (bejaarden). Toch was het wel leuk om te zien hoe die doelgroep zich vermaakt met carnaval. Maar het zal wel bij een keer blijven.
Op maandag haastte ik mij terug van mijn werk, voor de kinderoptocht. Overdag had Marlou al een hele kinderklas verkleed als koetjes gezien, en ook nu was er behoorlijk veel werk gestoken in de kostuums. Vanaf de school liep iedereen door het dorp naar de Polydeportivo, de multifunctionele sporthal. Onderweg werd er regelmatig gestopt om de plaatselijke dans, de Sardanya te dansen. Iedereen vormde een grote cirkel om twee jongeren, die onder leiding van een van de kleurrijkere figuren van Sort de dans voordeden. In de Poly was het een gezellige bende. Onder begeleiding van een erg leuk bandje werd onder andere de Catalaanse versie van hoofd schouders knie en teen uitgevoerd, waarbij iedereen in een grote hoop op de grond eindigde. Daarna heb ik op mijn stelten lekker meegehost, waarbij ik pijn aan mijn benen kreeg vanwege het extra gewicht van de stelten, en de mensen naast mij in de kring pijn kregen van hun armen hooghouden. Het was erg gezellig, en toen er ook nog xocolatada was (heeele dikke warme chocomel met een soort cake om te dippen), en we op de foto mochten met de Alcalde (burgemeester) en zijn lieftallige vrouw, (de lokale versie van prins carnaval), was het feest compleet .
Op dinsdag moest ik
werken, maar Marlou was al vroeg op pad.
De dag ervoor was er langs de huizen eten opgehaald, en die dag zou er
tussen
de middag een lunch geserveerd worden voor het hele dorp. Men was al
met de
voorbereiding bezig, en met een wijntje erbij werden de ketels
opgestookt om Escudella te maken, een plaatselijke soep. Ook was er
markt, en dan gaat Marlou altijd
kijken of de kooplui nog groente overhebben die ze niet meer kunnen
verkopen.
Voor de ezels natuurlijk. In het dorp kwam ze Therysas tegen, de
eigenaar van “onze
ezels”. Over hem later meer. Ezels horen vanouds bij carnaval, en
hij stelde
voor om een ezel te gaan halen om door het dorp te lopen. Daar had
Marlou wel
oren naar, en even later liep ze met Zebra, zoals we hem om
overduidelijke
redenen gedoopt hebben, over de markt. Vooral de oude lui, die vroeger
echt nog
gewerkt hebben met ezels vonden het erg leuk Om weer eens een ezel te
zien. Zo
weet de jeugd tenminste hoe die beesten er uit zien. Menigeen wilde de
ezel in
de bek kijken om te zien hoe oud hij was. De schattingen varieerden van
3 jaar
tot 20 jaar. Verder wilde iedereen weten wat hij moest kosten. Zebra
liet het
zich allemaal welgevallen, vooral toen een van de marktkooplui, die wel
vaker
wat doneert voor de ezels, een heel krat wortels overhad. De
marktkoopman vond
het ook erg leuk om een keer te zien waar zijn donaties terecht komen.
Na een
tochtje langs de rivier mocht Zebra weer naar zijn vriendjes.
Inmiddels waren in het dorp de tortilla’s ook klaar, en
stroomde de Riuet, het park dat gemaakt is in de oude rivierbedding, vol, en
werd het een gezellige boel.
Moe maar voldaan konden we terugzien op vier leuke dagen. Nu moeten we gaan verzinnen wat we volgend jaar aandoen.
Het vermoeden bestond dat er door de tumor een opening was ontstaan van de slokdarm naar de luchtwegen, waardoor er vloeistof bij het drinken in de luchtpijp/longen liep, wat zou kunnen leiden tot de hoestbuien. Die ochtend was een röntgenfoto gemaakt die dit vermoeden leek te bevestigen. Om uitsluitsel te krijgen moest er een CT-scan gemaakt worden, en daarom moest mijn vader weer terug naar het ziekenhuis in Venlo. In plaats van gezellig foto’s van carnaval te kijken werd het hangen en wachten in het ziekenhuis, terwijl we wachtten op de uitslag van de onderzoeken. Een van de eerste dingen die werden gedaan was het plaatsen van een sonde, een dun slangetje, dat via de neus naar de maag loopt. Op deze manier kon mijn vader toch weer gevoed worden. De CT-scan wees uiteindelijk uit dat er geen verbinding was tussen de slokdarm en de luchtwegen, en tot op heden is er geen oorzaak voor de hoestbuien gevonden, een hoop gesol en een opname voor niets. Maar, on the bright side, sinds het plaatsen van de sonde krijgt mijn vader met behulp van een pompje 24 uur per dag druppelsgewijs voedsel binnen. Hierdoor is hij een stuk opgeknapt en heeft hij weer wat energie om dingen te doen. Regelmatig gaat hij met het bezoek in de rolstoel het dorp in, of naar het bos om te wandelen. Het is voor ons wel even wennen, laat staan voor hem, een slangetje dat uit zijn neus komt met een pompje en een literpak voeding eraan, maar ik ben in ieder geval blij dat hij weer de energie heeft om van de weinige leuke dingen die hem nog resten te kunnen genieten.
Ergens half december
vroeg Mariela, een Argentijns meisje
dat hier al een aantal jaar woont, of ik tijdens haar vakantie naar
Argentinië haar Engelse lessen wilde overnemen. Na kennis te
hebben gemaakt Teresa, de igenaresse van “
Maar goed, zoals een ieder weet ben ik geen lerares Engels. Ik heb het
natuurlijk wel een beetje in mijn bloed, omdat mijn moeder lerares
Engels
is, maar om nou te zeggen dat ik het ook ben……….
Het eerste uur op dinsdag en donderdag ging nog wel. Een
groepje van 4 elfjarigen die nog in de kleuren, kleren en dat soort zaken zit,
waarbij je dan soms meer een politie-agentje dan juf moet zijn zodat ze een
beetje aardig tegen elkaar doen.
Daarna had ik allerlei groepjes met pubers, wat ik erg leuk vind. Zij
kwamen aan met ingewikkeldere grammaticale vraagstukken, zoals wanneer
je nou de
Past Simple, de Past Continious of de Past Perfect moet gebruiken??????
Ik weet meestal wel hoe je het moet gebruiken, maar om nou uit te
leggen waarom je wanneer.... Enfin,
ik ben op het internet gedoken en ben een en ander gaan bestuderen. En
dan moet
ik dus tijdens de les vanuit het Nederlands denken en in het Spaans het
Engels
uitleggen, terwijl de moedertaal van de leerlingen het Catalaans is!
Begrijp
jij het nog??? Een uitdaging zeg maar.
Toen Mariela terugkwam, inmiddels 5 maanden zwanger van haar
derde kind, moest ze het van de dokter rustiger aandoen en zij
vroeg mij of ik
haar lessen wilde blijven geven, op die aan de jonge kinderen na. Dat
leek mij wel wat en ik heb toen samen met Teresa zo zitten plannen dat
ik nu alle lessen op
drie avonden kan geven.
Dus, nu heb ik tot 22 juni een vaste baan!!!! Alhoewel, in
the end zijn het in totaal maar 9 uren per week, maar wel lekker om mijn vaste
lasten van het eigen bedrijfje mee te betalen.