| Marlou en Bernard gaan op vakantie! |
| Juli 2008 | |
![]() ![]() |
|
De volgende paar dagen hebben we over kleine wegen een beetje langs de kust gereden. We sliepen in de auto op afgelegen plekjes, een stuk goedkoper en vooral veel rustiger. Het was steeds een beetje een operatie, alle spullen en de zittingen van de achterbank op de voorstoelen, maar dan konden we heerlijk languit liggen. We hebben Mundaka bezocht, beroemd om zijn hoge golven waar veel gesurft wordt, en hebben een bezoekje aan het prachtige Guggenheim museum in Bilbao gebracht met als een van de hoogtepunten de ballonnentulpen van Jeff Koontz. Verder kwamen we langs een dorpje waar een groot aantal door kunstenaars beschilderde ezels verspreid over het hele dorp stonden. Na een dag of vijf touren kwamen we aan bij het eerste grote doel van onze vakantie; het Ezelparadijs!
Na wat zoeken reden we dan de oprit op van het Ezelparadijs, benieuwd wat we aan zouden treffen. Het bord op het hek waarschuwde voor bijtende honden, maar Marleen had over de telefoon al verteld dat we ons daar geen zorgen over hoefden te maken. Inderdaad werden we meteen omringd door een stuk of wat behoorlijk grote blaffende honden. We maakten kennis met Marleen en Leo, en met Erika. Marleen heeft haar leven in Nederland achtergelaten en heeft de grote stap genomen om in Spanje een opvangcentrum te beginnen voor oude en afgedankte ezels. Leo, een kwieke, erudiete tachtiger, is de penningmeester en brengt ook veel van zijn tijd door in Spanje. Ze wonen in caravans op een groot terrein. Op het terrein staat een gebouw, waar de stal is ingericht en een grote woonkeuken. De bedoeling is om dat gebouw helemaal op te knappen, maar door wat juridische problemen heeft een en ander wat vertraging opgelopen. Voor ons was ook een caravan, maar die werd de eerste nacht nog bezet door twee studentes paraveterinaire techniek, die op het Ezelparadijs een stage hadden gelopen. Maar wij konden prima nog een nachtje in de auto slapen. We maakten kennis met alle ezels. Alle beestjes waren veteranen, en de meeste hadden gezondheidsproblemen, variërend van chronische hoefbevangenheid tot bronchitis. Diezelfde avond ging Marleen een nieuw ezeltje ophalen. Het beestje heette Platero, naar een beroemd boek dat we stomtoevallig net aan Marleen hadden laten zien. Platero was al erg oud, maar hoe oud precies wist de oude eigenaar niet. Hij had zijn hele leven met een koe in de wei gestaan en taalde niet naar de andere ezels. Hij had een probleem aan zijn linker voorpoot die hij met een zwaai om moest zetten. Het was niet helemaal duidelijk waar dat aan lag, maar toen Kees, de leider van de kudde een beetje opdringerig begon te snuffelen perste opa er nog een redelijk sprintje uit. Verder had Platero lak aan alles wat afrastering te noemen was. Hij bleef net zo lang duwen tot hij door de afrastering was, of totdat we hem weghaalden. Ons uiteindelijke doel was natuurlijk het vinden van een vriendje voor Gaudí. We hadden besloten om twee langoren te adopteren. We hebben plek genoeg, en als we dan met de jeugd gaan wandelen staan de oudjes niet zo alleen. Platero had al meteen ons hart gestolen, en die keuze was snel gemaakt. Verder wilden we graag een kleinere ezel omdat de Catalanen voor veel mensen te imposant zijn. Ook wilden we liever geen bruine, omdat wij soms al moeite hebben om de beestjes uit elkaar te houden. Op die manier is het voor onze toekomstige klanten makkelijker om de beestjes te herkennen. De keus viel op Pedro, een gecastreerde schimmel die zijn hele leven als lastdier in de Picos de Europa had gewerkt. Hij had chronische bronchitis waar hij al een paar keer een antibioticakuur voor had gekregen. Wij hoopten dat het veel drogere klimaat in Sort beter zou zijn voor de oude langoor.
We zijn een aantal dagen gebleven om te helpen. Een van de grootste problemen was dat er nog steeds geen drinkwateraansluiting was op het terrein. Er was wel een bron, maar het water daaruit bevatte erg veel zand, waardoor mijn pogingen om een soort filter te bedenken op niets uitliepen. Marlou heeft wel de waterleiding verlengd naar een oude drinkbak, waardoor er niet meer met emmers gezeuld hoefde te worden. Alle ezels hadden ook heel veel kleine vliegjes die in de oren zaten en daar veel overlast veroorzaakten. eerst hebben we het met natuurlijke middelen geprobeerd, maar uiteindelijk hebben we zwaarder geschut moeten inzetten. Na een dag oren poetsen voelden we ons behoorlijk goor, en zijn we in het plaatselijke zwembad lekker gaan douchen. Om de stal in en uit te gaan moesten de ezeltjes over een erg steile helling. Met nog wat mest onder de hoeven gleden de beestjes de helling af waarbij de achterkant van de hoeven behoorlijk op hun donder kregen. Daarom heb ik op de laatste dag een trap gemaakt van beton. De ochtend van ons vertrek was de officiële opening. Wat zouden de ezeltjes ervan vinden? 's Nachts hadden we ze opgesloten zodat het beton kon uitharden maar toch stond er een hoefafdruk in het beton. Later bleek dat er ´s nachts een paar ezels via de keuken ontsnapt waren, en dat het Leo heel wat moeite had gekost om de beestjes weer de stal in te krijgen. We maakten de schuifdeur open en de eerste langoor stak zijn kop naar buiten en begon eens uitgebreid te snuffelen aan de nieuwe constructie. En een ezel zou geen ezel zijn als hij niet naast de trap van de helling zou zijn gegleden. Van alle beestjes ging er maar een vrijwillig de trap af, eentje hebben we gedwongen, maar ook deze wist de laatste tree te smokkelen. Een beetje teleurgesteld bedachten we dat ze er waarschijnlijk eerst een tijdje aan moeten wennen. En inderdaad zijn de laatste berichten dat een aantal beestjes zij het niet alle tegenwoordig de trap gebruiken.
We namen afscheid van iedereen, maakten een afspraak voor het komen brengen van de ezels en reden van het ezelparadijs af, richting Burgos
Daar waar wij eerst wilde plannen hadden om met de motor op vakantie te gaan, vond ik het wel prima dat deze niet echt meewerkte en we alsnog met de auto gingen. Ondanks dat ik het die ene keer erg stoer vond achterop de motor en het me onwijs leuk leek, zag ik het niet zitten om strak in het leren pak in de hitte achterop te zitten. Everything happens for a reason……
Tijdens onze vakantie begonnen we langzaam te wennen aan het idee dat ik zwanger was. Honderduizend dingen passeerden de revue. Waar moet hij of zij gaan slapen? Is het een jongen of een meisje? Zou alles goed gaan daarbinnen? Wat zou er te zien zijn op de “bevestigings-echo” als we terug zijn? Hoe zullen we het onze familie en vrienden vertellen en hoe zullen ze reageren? Wie zouden er dan straks op kraambezoek komen?
Afin, erg leuk dus! Eigenlijk voelde ik me wel prima. Iets te scherpe bochten of erg hobbelige wegen vond ik niet echt prettig, maar kotsen ofzo hoefde ik echt niet.
Wel moest ik natuurlijk rekening houden met andere zaken, en moest ik de heerlijke typisch Asturiaanse appelcider overslaan. Jammer want ik houd er wel van streekproducten proberen. Ook in “Het ezelparadijs” lette ik extra op, want de muizen liepen daar letterlijk over het aanrecht. Verder heb ik de ezels wel lekker geknuffeld en voor ezelkapper gespeeld.
Het hoogtepunt was natuurlijk om het
grote nieuws aan Mark en Sharon te vertellen. En om tijdens de
bruiloft van hun vrienden vast te oefenen met George! Nou, ik kan
vertellen dat Bernard lekker trots rondliep met George in de
baby-björn, dat komt wel goed!
Eenmaal thuis gekomen hadden we de bevestigingsecho. Daarvoor reisden wij af naar Tremp (zo’n 45 min.) en leerden we onze gynaecoloog, Dr. Lal, kennen. Hij had een druk programma en binnen 10 minuten stonden we weer buiten! Maar wel met een foto van de eerste echo en het geklop van het hartje nog in onze oren! Erg gaaf, het was dus echt zo!
Diezelfde maand moesten we nog een keer naar de verloskundige in Sort, moest ik bloed laten prikken en een fluorbehandeling bij de tandarts laten doen. Druk, druk, druk.