| Marlou en Bernard zijn een beetje verdrietig! |
| Augustus 2008 | |
![]() ![]() |
|
Zoals afgesproken werd er hard gefloten. Ik stak mijn hoofd uit het raam en zag de auto met trailer staan. Toen we buiten kwamen stond klep al open en onze twee adoptie-ezels kwamen er uit. De 12 uur in een trailer helemaal uit Asturias was zwaar geweest voor ze, en enigszins stram sloften ze mee naar de wei, waar we ze eerst een paar dagen in quarantaine zouden houden. We lieten ze achter met vers hooi, vers water en een wei vol met alfalfa. Nadat Monique en Leo met een douche en een biertje het stof van de lange reis van zich af hadden gespoeld, namen we ze mee uit eten. Zij bleven bij ons slapen om de volgende dag weer terug te gaan naar het Ezelparadijs. De twee oudjes liepen ´s ochtends alweer in hun nieuwe wei rond alsof er niets gebeurd was. Ze hebben eerst een week met zijn tweetjes gestaan. We hebben goed gekeken of ze geen besmettelijke kwaaltjes hadden meegenomen, maar alles zag er perfect uit. Pedro kreeg iedere dag een hoestmedicijn, en we hebben hem bijna niet meer horen hoesten. Na een week hebben we ze bij de drie pubers gezet; onze Gaudí, en Nero en Elegante, twee hengstjes van anderhalf jaar oud van onze vriend Josep. Platero ging onverstoord het nieuwe terrein verkennen en trok zich niets aan van de drie behoorlijk grote en behoorlijk zenuwachtige ezels die aan hem wilde snuffelen. Pedro vond het allemaal wat spannender en trok na een half minuutje snuffelen en besnuffeld worden een sprintje waar de anderen behoorlijk van schrokken. Na een tijdje kwam hij weer even kijken en herhaalde het tafereel zich. Dat ging een tijdje zo door. Een paar dagen werd er wat geblazen, geschopt en gesnuffeld naar elkaar, maar gisteren zagen we Pedro en Elegante, die een beetje de baas is van het groepje, lekker elkaars rug krabben. Platero kan het allemaal niet zoveel schelen en trekt lekker zijn eigen plan waarbij hij wel altijd in de gaten houdt of de anderen, en dan vooral Pedro, niet al te ver weg gaan. Josep schatte dat Platero ongeveer van het jaar 10 BC was, en inderdaad vertoont het beestje bejaarde trekjes. Af en toe zwalkt hij een beetje, maar van zijn schouderblessure lijkt hij geen last meer te hebben. Hij is heel erg op menselijk gezelschap gesteld en komt dan ook meteen aanlopen als we eraan komen. Het liefst wil hij ook weer met ons mee als we weer weggaan. Hij loopt dan meerdere keren tegen het schrikdraad aan, wij zorgen dat we zo snel mogelijk uit het zicht zijn, en dan geeft hij het (waarschijnlijk) op.
Ik had het voorgaande net geschreven toen we de ezels op gingen zoeken. We zagen Platero niet meteen en vonden hem al vrij snel liggend op de grond. Hij ademde nog wel, maar verder zag het er niet goed uit. We hebben meteen de dierenarts gebeld. Tijdens het wachten op de dierenarts hebben we geprobeerd hem wat te laten drinken. Dat lukte niet echt. Alleen als ik het water in zijn bek goot dan likte hij een beetje, maar echt veel kreeg hij niet binnen. Hij probeerde twee keer om overeind te komen, maar hij had de kracht niet om zichzelf meer dan half op te richten. De rechterkant van zijn snuit was zichtbaar verlamd, zijn ene neusgat hing veel lager dan dat aan de andere kant en zijn lip hing ook maar een beetje te bungelen. De dierenarts was er binnen het uur en bevestigde wat wij al vreesden, Platero had waarschijnlijk een hersenbloeding gehad. Dit was vrij gebruikelijk bij oude dieren vertelde hij. Hij zag geen mogelijkheden voor herstel, en we hebben hem dus maar snel laten inslapen om meer leed te voorkomen. Pedro leek zich van het hele gebeuren niet veel aan te trekken, de andere drie bleven op een afstandje een beetje staan kijken. Nadat Platero was ingeslapen gingen we even therapeutisch knuffelen. Het leek wel of ze extra aanhankelijk waren, maar dat kan ook verbeelding zijn.
Meteen diende zich ook een praktisch probleem aan. Hoe raak je een ezellichaam van een kilootje of 200 kwijt. Officieel moet je een bedrijf bellen, maar dat kon een paar dagen duren en bovendien sturen die bedrijven ook nog eens een gepeperde rekening. Manel, de dierenarts, had al gezegd dat men het hier vaak zelf regelde. Een optie was om hem ergens in de bergen achter te laten zodat de gieren er tenminste nog wat aan hadden. Jesus, boswachter(!), vond het wel een goed idee. Als je er even over nadacht, dan had het ook wel wat moois. Elton John was al “the Circle of Life” aan het zingen toen we bedachten dat de gieren misschien niet zo blij zouden zijn met ezelbiefstuk met een hoop vergif erin, we hadden het beestje immers in laten slapen. Ook zouden we met een ezellijk op een aanhanger op de openbare weg rond moeten gaan rijden en dat zou wel eens vragen kunnen oproepen bij onze geüniformeerde vrienden van de Mossos d'Esquadra.
Uiteindelijk besloten we om Platero op het terrein te begraven. We hebben allemaal wel eens een cavia of een konijn begraven, maar een ezel is een ander verhaal kan ik je vertellen. Gelukkig kregen we hulp van een contingent Chilenen. Om in de bergen met ondergaande zon in de droge grond met schop en pikhouweel een langwerpig gat van anderhalve meter diep te graven is op zijn zachtst gezegd een aparte ervaring. We mistten alleen nog een mondharmonica om het western gevoel compleet te maken. Met zijn drieën hebben we een uur staan zwoegen totdat we moesten stoppen vanwege het donker. De avond daarna gingen we verder met ons tragikomische avontuur. Na nog een uur zwoegen vonden we het gat groot genoeg. Platero lag beneden in de wei, en het gat was boven, zodat het vanaf de weg niet te zien zou zijn. We moesten het inmiddels opgezwollen beestje op een aanhanger slepen om hem naar zijn laatste rustplaats te brengen. De andere ezels vonden het reuze interessant, en stonden volop te snuffelen aan hun overleden vriendje. Het antwoord zullen we wel nooit weten, maar toch vroeg ik me af of ze begrepen wat er gebeurd was, en of het hun hielp om afscheid te kunnen nemen. We reden de aanhanger tot bijna boven het gat, en schoven Platero er in. Hij viel een beetje ongelukkig, dus moesten we nog flink manoeuvreren zodat alle uitstekende delen minstens een meter diep zouden liggen. Het gat was maar net groot genoeg, en we waren een beetje benauwd dat een of ander beest zou proberen om hem op te graven. Daarom dekten we hem af met grote stenen, en gooiden we het gat dicht. Zand erover.
We kenden hem nog maar net, maar Platero had met zijn eigengereidheid, aanhankelijkheid en onverstoorbaarheid ons hart en dat van een paar vrienden al gestolen. We gaan hem missen.
Met Pedro gaat het erg goed. Het hoesten lijkt te komen door stof. We hebben hem maar drie keer horen hoesten, iedere keer nadat hij hooi had gekregen. In hooi zit vaak veel stof, en daar kan hij waarschijnlijk niet tegen. Een vriend van ons dacht dat hij misschien wel in een mijn heeft gewerkt, en daar stoflongen heeft opgelopen. Hij vindt het heerlijk om mee te gaan wandelen. Als hij zijn halster ziet, komt hij aanlopen en drukt hij zo zijn snuit erin. In het begin liep hij super gedisciplineerd mee, maar hij begint ons nu te testen en probeert onderweg regelmatig een polletje gras of iets anders lekkers te verschalken. Hij loopt zonder mankeren over putdeksels, over roosters, door plassen en andere enge dingen. Als we met hem en Gaudí gaan wandelen dan loopt die laatste veel beter door en het is grappig om te zien dat Gaudí zich dan tussen hem en ons drukt alsof hij jaloers is. Sinds we met hem en Gaudí samen wandelen wordt Pedro beter geaccepteerd in de groep, maar hij staat vaak wel nog een beetje apart. We hopen nog veel plezier te beleven aan ons (niet zo heel) oude ezeltje.
Nadat we onze baby in mijn buik hadden gezien, werd het allemaal wat werkelijker. Vanuit de hele wereld (NL, China) werden kleertjes opgestuurd, zelfs een echte Chinese blotekontenbroek. Ook van mensen uit het dorp en van Jaco krijgen we van alles tweedehands. Er is echt een heel babyspullen circuit hier! Alle kleertjes en andere spullen die we krijgen worden getest door Bibip, nu omgedoopt tot Babybip. Bibip is een giraffe en houdt van kleding in maatje 50/56. Het staat hem vaak schattig!
Ik vond het allemaal nog wel spannend. Tenslotte is er toch een duidelijke 12 weken grens bij zwangerschappen en die hadden we nog niet gehaald. Dus toen we eindelijk opnieuw naar Tremp mochten voor een 12-weken echo, waren we helemaal blij. En vooral ook met het resultaat, want we zagen een enthousiast springende baby, die echt in mijn buik zat! Met twee armen en twee benen, een hoofd en je kon vooral zijn/haar ruggengraat goed zien. Na de echo maakten we verder kennis met Dr. Lal en met de verloskundige al daar. In principe doen zij met zijn tweeën alle bevallingen van de Pallars, en dus ook de onze. Juan Miguel (de verloskundige) legde ons van alles uit en deed vooral veel papierwerk. Hij maakte een prettige indruk. Ook Dr. Lal ontdooide een beetje en vertelde ons wel eens in Nederland te zijn geweest om met zijn vader hockeysticks en ander materiaal te kopen. Met weer meer papieren in onze handen gingen we naar de balie om wederom afspraken te maken voor nog een keer bloed prikken in Tremp en de 20-weken echo in Lleida (2 uur rijden!). Ze houden ons lekker bezig! Ik voelde me verder prima. De hormonen doen hun werk. Af en toe heb ik last van chagrijnigheid en snelle wisseling van emoties. Bernard blijft er gelukkig rustig onder!